Samara > Blog > Onderwijs2032 > Mag ik ‘m aaien?

Mag ik ‘m aaien?

koe robot

Robotica in de toekomst. Eigenlijk geen toekomst meer, het bestaat allemaal al. Het is alleen nog niet zichtbaar op straat, omdat de wetgeving dit nog niet toelaat. Chris Verhoeven van de TU Delft vertelt enthousiast over alle projecten en dat zijn er veel. Hier een greep uit de voorbeelden.

Een tuinder heeft een hele opslagplaats vol met peren liggen. Het grote gevaar met al die peren bij elkaar is die ene te rijpe peer. De vraag aan de TU is “kun je met robotica hier iets op verzinnen”. Zoals het in de wetenschap gaat is de dierenwereld tot in detail geobserveerd. Verhoeven kweekt nu zelfs zijn eigen kevers, omdat de fascinatie zo is gegroeid. Voor het perenproject is de fruitvlieg als voorbeeld genomen. De fruitvlieg ruikt namelijk waar die ene superrijpe peer zich bevindt. En zo hebben ze mini-drones die op vliegen lijken reukvermogen gegeven. Die drones vliegen nu rond in de opslag en detecteren met hun reukvermogen de te rijpe peren.

De toepassingen zijn legio. Zwermen reukdrones op Schiphol bijvoorbeeld. En koerobots in de wei. Verhoeven zegt: “als maatschappij moeten we ons voorbereiden op een nieuwe diersoort.” Juist omdat hij de term nieuwe diersoort gebruikt en niet het woord robot, roept dit hele andere associaties op. Net zoals we nu tijdens het wandelen in het bos met de kinderen een hond tegen komen en je kind aan je vraagt: “mama mag ik hem aaien” en daarmee leert hoe hij om moet gaan met honden. Zo gaat het ook straks met deze zwermrobots. Onze kinderen krijgen als ze later met hun kinderen in het bos lopen dus dezelfde vraag, alleen dan over een zwerm-drone. De presentatie van Verhoeven was er op geënt om deze associaties op te roepen, een nieuwe diersoort op aarde en daarmee hebben ze bestaande diersoorten goed geobserveerd.

Een kever bijvoorbeeld als deze vast komt te zitten onder een schilletje en hij ligt op zijn rug, dan gaat de kever uit alle macht met zijn pootjes trappelen om maar niet te bezwijken onder die schil. Als mens zien we zo’n hulpeloos kevertje spartelen en je denkt dan al gauw: “dat is einde kever’. Wat blijkt nu? Als je de kever maar laat spartelen, dan wordt ‘ie op een gegeven moment doodmoe. Op het moment dat de kever moe wordt, dan geeft hij op en gaat in de ontspanning. En wat gebeurt er in de meeste gevallen in die ontspanning? De kever draait en overleeft.

Daarmee zegt Verhoeven: we moeten de robots niet te slim maken. De programmeerregels niet te intelligent. Hij moet bijvoorbeeld niet creatief, zoals een mens, andere invalshoeken gaan bekijken en het probleem anders benaderen. Nee ze moeten als programmeerregel hebben: “Doe altijd hetzelfde.” Kevers bestaan ook al veel langer dan de mensen, zij overleven en weten te overleven. Een van de redenen dat ze overleven is domheid.

Mocht het doel van ons onderwijs dus zijn: overleven. Dan is bij deze de argumentatie gelegd om niet meer naar school te gaan en onmiddellijk te stoppen met alle leeractiviteiten die je onderneemt. Blijf vooral altijd hetzelfde doen tot je moe wordt.