Samara > Blog

Loskoppeling

Verzelfstandiging Ad!!
Verzelfstandiging Ad!!

Het is zover! In de kamerbrief van 5 juni schrijft Bussemaker dat de Associate degree losgekoppeld mag worden van de bachelor. Wat een mooi voornemen. Een eigen accreditatie. Een eigen gezicht.

De brief begint met het beschrijven van het Ad. Hier valt meteen weer op dat het Ad nog geen eigen gezicht heeft. Er staat namelijk: “Ad’s zijn tweejarige programma’s in het hoger beroepsonderwijs, met een opleidingsniveau dat tussen mbo-4 en een hbobachelor in ligt.”

En daarmee is het statement meteen gemaakt. Om het Ad te definiëren hebben we het woord mbo-4 en hbobachelor nodig. Nog erger het woord “tussen“. Dat is nu net wat het Ad niet wil zijn, tussen. Tussen betekent voor mij, tussen laken en servet. Je hoort er niet bij, je bent vlees nog vis.

Wat het Ad in Rotterdam echt bewezen heeft, is dat het  een plaats heeft in de Rotterdamse arbeidsmarkt en ook binnen de hogeschool Rotterdam. Hiermee is de Rotterdam Academy en haar Ad’s een voorbeeld waarbij het ‘tussen’ niet bestaat. Dat is niet overal in Nederland het geval. Zo geeft Bussemaker ook aan in de brief. “Nu is het Ad soms nog ‘aanschuifonderwijs’ volgens Bussemaker. De Ad is toe aan een eigen duidelijke profilering:

Ik geloof erin dat een sterke Ad kan worden gecreëerd door bijvoorbeeld een aparte organisatorische setting, een eigen pedagogisch concept, een eigen arbeidsmarktprofiel voor de Ad en desgewenst een eigen huisvesting. Op deze wijze kan de Ad daadwerkelijk een verrijking van het onderwijsaanbod worden, met een eigen identiteit, met massa, met een goede zichtbaarheid, aantrekkelijk voor studenten en daardoor bedrijfseconomisch beter haalbaar.

Wij bij Samara juichen deze ontwikkeling toe! Het Ad is ook een opleiding met een eigen profiel, het is prettig dat de strakke koppeling met de bachelor eruit gaat en we ons mogen gaan neerzetten. Ze moedigt zelfs de cross-overs aan het ontdekken van nieuwe opleidingen voor vernieuwende ontwikkelingen in de arbeidsmarkt.

 

Geïnteresseerd in het hele verhaal? Via deze link kom je bij de Kamerbrief Associate degree 5 juni

Nieuwsgierig naar best practices bij het RAC en voorbeelden van pedagogische visie voor het Ad? Neem dan contact met ons op via info@samara.nl

De kracht van het informele

ze kwamen als bijen naar de honing
ze kwamen als bijen naar de honing

Wanneer we spelenderwijs, toevallig, in de wandelgangen iets wijzer worden, dan noemen we dit vaak geen leren. Onze concepten over leren zijn gevormd in de eigen onderwijshistorie. We zijn naar de kleuterklas geweest en de lagere school, het middelbaar en wellicht nog een vervolgopleiding. Ookal is de lagere school al jaren verandert in de basisschool. Het blijft in de volksmond hardnekkig aanwezig. Net zo hardnekkig als het idee dat leren alleen kan plaatsvinden in een klaslokaal met een leraar en met lesstof. Dat de lesstof niet meer in een boek staat maar op een tablet, dat kan er nog wel in. Dat een leraar niet altijd meer uitlegt en opdrachten geeft, ook, maar niet te vaak alstublieft. Anders raken we in de war. Zijn onze concepten niet meer waar en moeten we andere concepten over leren aanmaken. Dat is ingewikkeld omdat deze zo diep verankerd zitten.

Toevallig, even by-the-way leren is “informeel leren”. Onderzoeken laten zien dat dit leren veel dieper verankerd in het brein, dan het leren in een formele setting. Ik vond er vandaag een mooie infographic over. Het mooiste staat onderaan: Hoe kan je zorgen dat de werkplek een boost geeft aan informeel leren. Zorg dat mensen elkaar kunnen vinden en van elkaar weten wat de knowhow is van de ander. Onderliggend aan dit soort middelen die het weten vergroten, ligt een sfeer waarin het logisch is dat je elkaar aanschiet. Een sfeer waarin je geen “je stoort me” gezichten krijgt, of “weet jij dat niet!?” en “dat staat op de portal, zoek het zelf op”. Een sfeer waarin koffie met elkaar drinken als net zo waardevol wordt gezien, als een uur met een koptelefoon op een stuk kunnen schrijven of een half uur al je telefoontjes en mail wegwerken.

De vraag die ik me dan stel, is “Hoe verwerk je dit informele leren in het onderwijs?” Het concept dat leren alleen maar leren is als je in een klas zit…. Dat moet dus steeds ontkracht worden. Dit kan door elke keer expliciet te maken, wat  in een situatie geleerd is en dat dit ook leren is. Naast  misconcepties eruit halen, gaat het ook om het verweven van informele momenten in een dag en een curriculum. Dus momenten laten vallen in het rooster, waarop docenten rondlopen en beschikbaar zijn en ook kunnen zijn. In de fysieke ruimte kan dit  gecreëerd worden door “leerplaza’s” te maken waar het zoemt en buzzt (om in de bijen-analogie te blijven). Het is mogelijk om in een onderwijssetting informeel leren echt een plek te geven. Bewustwording en expliciet maken zijn de ingangen naar de rijkelijke honing…..van het echte weten 😉

Informeel leren

Mag ik ‘m aaien?

koe robot

Robotica in de toekomst. Eigenlijk geen toekomst meer, het bestaat allemaal al. Het is alleen nog niet zichtbaar op straat, omdat de wetgeving dit nog niet toelaat. Chris Verhoeven van de TU Delft vertelt enthousiast over alle projecten en dat zijn er veel. Hier een greep uit de voorbeelden.

Een tuinder heeft een hele opslagplaats vol met peren liggen. Het grote gevaar met al die peren bij elkaar is die ene te rijpe peer. De vraag aan de TU is “kun je met robotica hier iets op verzinnen”. Zoals het in de wetenschap gaat is de dierenwereld tot in detail geobserveerd. Verhoeven kweekt nu zelfs zijn eigen kevers, omdat de fascinatie zo is gegroeid. Voor het perenproject is de fruitvlieg als voorbeeld genomen. De fruitvlieg ruikt namelijk waar die ene superrijpe peer zich bevindt. En zo hebben ze mini-drones die op vliegen lijken reukvermogen gegeven. Die drones vliegen nu rond in de opslag en detecteren met hun reukvermogen de te rijpe peren.

De toepassingen zijn legio. Zwermen reukdrones op Schiphol bijvoorbeeld. En koerobots in de wei. Verhoeven zegt: “als maatschappij moeten we ons voorbereiden op een nieuwe diersoort.” Juist omdat hij de term nieuwe diersoort gebruikt en niet het woord robot, roept dit hele andere associaties op. Net zoals we nu tijdens het wandelen in het bos met de kinderen een hond tegen komen en je kind aan je vraagt: “mama mag ik hem aaien” en daarmee leert hoe hij om moet gaan met honden. Zo gaat het ook straks met deze zwermrobots. Onze kinderen krijgen als ze later met hun kinderen in het bos lopen dus dezelfde vraag, alleen dan over een zwerm-drone. De presentatie van Verhoeven was er op geënt om deze associaties op te roepen, een nieuwe diersoort op aarde en daarmee hebben ze bestaande diersoorten goed geobserveerd.

Een kever bijvoorbeeld als deze vast komt te zitten onder een schilletje en hij ligt op zijn rug, dan gaat de kever uit alle macht met zijn pootjes trappelen om maar niet te bezwijken onder die schil. Als mens zien we zo’n hulpeloos kevertje spartelen en je denkt dan al gauw: “dat is einde kever’. Wat blijkt nu? Als je de kever maar laat spartelen, dan wordt ‘ie op een gegeven moment doodmoe. Op het moment dat de kever moe wordt, dan geeft hij op en gaat in de ontspanning. En wat gebeurt er in de meeste gevallen in die ontspanning? De kever draait en overleeft.

Daarmee zegt Verhoeven: we moeten de robots niet te slim maken. De programmeerregels niet te intelligent. Hij moet bijvoorbeeld niet creatief, zoals een mens, andere invalshoeken gaan bekijken en het probleem anders benaderen. Nee ze moeten als programmeerregel hebben: “Doe altijd hetzelfde.” Kevers bestaan ook al veel langer dan de mensen, zij overleven en weten te overleven. Een van de redenen dat ze overleven is domheid.

Mocht het doel van ons onderwijs dus zijn: overleven. Dan is bij deze de argumentatie gelegd om niet meer naar school te gaan en onmiddellijk te stoppen met alle leeractiviteiten die je onderneemt. Blijf vooral altijd hetzelfde doen tot je moe wordt.

Actie en Reactie: MEP

kunstmappen
KNSTMPPN

Iets te laat kwam ik de zaal binnen bij het KNSTMPPN, de zaal was goed gevuld en mensen waren aandachtig aan het luisteren. Spreker Mirjam van den Haspel was net het doel van het spel aan het uitleggen. “Twee plaatjes zie je hier, wat zijn nu de overeenkomsten die je ziet?,”vroeg ze aan de zaal. “meneer in het ruiten blousje, wat ziet u?” Ondertussen was een groepje voor mij samen aan het fluisteren. Docent zoals Mirjam is, intervenieerde meteen. “het stoort mij, willen jullie misschien buiten verder praten”. “nou zei een van het groepje, we waren meteen aan het overleggen hoe we dit kunnen toepassen op onze school. Mirjam hoorde het en herhaalde nog een keer dat het haar gestoord had, en als ze het spel verder wilden leren kennen dat ze het straks konden meespelen.

Na nog wat uitleg van Mirjams kant, stonden er een paar mensen te popelen om het te gaan spelen, ook één van het groepje dat aan het overleggen was. De drie anderen namen van de gelegenheid gebruik om weg te gaan en tegen elkaar te mimieken terwijl de deur dicht ging, “blllll, wat was dat”. Ze voelden zich blijkbaar te veel aangesproken en waren op hun tenen getrapt. Een mooi voorbeeld van klassenmanagement en het aanspreken op gedrag. Het effect is op iedereen anders en aanspreken kan als resultaat hebben dat mensen beledigd zijn.

Later op de dag interviewde ik Mirjam voor het Onderwijsfestival over het KNSTMPPN. Ze vertelde enthousiast over het spel en dat het in essentie eigenlijk om leren gaat. We hadden een link via de Willem de Kooning academie waar ik betrokken ben geweest bij de onderwijsvernieuwing. Zij heeft van de Willem de Kooning in januari een mooie stimuleringsprijs ontvangen voor dit spel. In het filmpje hieronder zie je wat het spel doet met een groep leerlingen. Prachtige manier om associatief denken weer te activeren bij kinderen en, zoals ik zag bij de workshop, ook bij volwassenen.

Tussen neus en lippen door vroeg ik Mirjam naar de situatie waarin de groep mensen gingen fluisteren. Het mooie was dat ze onvermurwbaar bleef, het had haar gestoord en dat was niet prettig en daarom zei ze er iets van. Reflectie op de actie en reactie in een groep.

Ik vroeg haar hoe het werkt met leerlingen in het spel als je het hebt over samenwerken en samen beslissingen nemen. Hoe werkt het daar met actie-reactiepatronen? Het toekennen van punten gebeurt op basis van groepsbeslissing, meeste stemmen gelden. Ze gaf aan dat hoe jonger de leerlingen waren hoe makkelijker het gaat en hoe meer ze elkaar gunnen. Volwassenen spelen het spel het meest fanatiek 😉

In een eerdere blog verwees ik naar creativiteit en hoe dat verloren gaat in het onderwijs. Kleuters zijn creatiever dan een groep 8 leerling. Blijkbaar geldt dat ook voor samenwerken….

Hieronder het filmpje over hoe het spel werkt:

De Denkende Doener

tanja denkende doener

“Elke woensdag organiseer ik pizzasessies. Met 15 jongeren om tafel, pizza eten en benen omhoog. Tijdens zo’n sessie zei een jongen:”Ze zeggen wel steeds sexy dat wij MBO’ers de gouden handjes zijn, maar eigenlijk vind ik dat best een belediging.” Zo begon Tanja Jadnanansing, pvda kamerlid en woordvoerder MBO, haar verhaal. “Toen ik woordvoerder HBO was, waren er journalisten genoeg die met mij wilden praten, en nu, moet ik ze erbij slepen. Het MBO heeft een imagoboost nodig. En zo startte ze haar “Denkende Doener Toer”.

Het filmpje met het hele verhaal vind je hier:

Haar enthousiasme werkt aanstekelijk, haar werkwijze inspirerend. Ik liep mee naar buiten en we maakten mooie foto’s van ons met de fiets en het EYE op de achtergrond. Zij ging door naar de volgende zaal toehoorders en ik naar de volgende sessie. Dit krijgt nog wel een staartje vonden we, het associate degree natuurlijk! Daar gaan we elkaar nog over spreken. Wie weet een mooi werkbezoek bij de Rotterdam Academy en AD Ondernemen. Dat ondernemen daar wilde ze ook nog iets mee, niet saai als vak in het curriculum maar hoe krijg je het in het DNA. Dan moet ze zeker langs bij AD Ondernemen in Rotterdam daar zit het in het bloed, de aderen en het DNA. Ondernemers zijn docenten, docenten zijn ondernemers, studenten zijn ondernemers en met zijn allen bouwen ze daar aan een echte leergemeenschap. Wordt vervolgd..

Wie kent wie?

neelie nick
Interview tussen Neelie Kroes en Nick Jordan

Het gaat om coding. We moeten leren coderen, schrijven en lezen. Het is niet voor wizzkids, het is voor iedereen, want het is overal. Coding moet in het curriculum dat is de boodschap. Neelie Kroes opent zo haar verhaal en interviewt daarna een jonge programmeur van 13, Nick Jordan.

Het mooie is dat ze hem meteen overal wil introduceren en wil meenemen. Ze vraagt of hij mee wil op de chocomel bij de staatssecretaris. Of hij bij haar op kantoor langs wil komen in Amsterdam, dat is hier achter EYE. “Kan dat denk je, zo ver is het toch niet.” De jongen twijfelt, een beetje wel, ik woon in Rotterdam. “Rotterdam”, zegt Kroes, de mooiste stad van Nederland. Dan spreken we af in New York.

Als we afspreken, zegt Kroes, wil je me dan in een uurtje meer uitleggen over programmeren. Ja hoor knikt Nick, dat wil ik wel. Hoe ziet je toekomst er uit, vraagt Neelie. “Software ontwikkelaar wil ik worden, voor grote bedrijven misschien of kleine.” “Je kan ook een eigen bedrijf beginnen”, zegt Kroes. “Ja dat zat ook in mijn achterhoofd”, zegt Nick. “Dan moet je eigenlijk met al deze bedrijven die hier voor je zitten in gesprek, die onderdeel zijn van het Codepact.”” We kunnen zo wel handen schudden, niet? ” “Ja” zegt Nick. “Het zijn misschien ook je potentiële afnemers als je later een bedrijf hebt of het worden je werkgevers”, zegt Kroes nog.

Ze rondt het gesprek af en ze vat samen. “Dus Nick we gaan op de chocomel bij de staatssecretaris, spreken af in New York en gaan handen schudden met al deze bedrijven.” Dat was daarmee de samenvatting, het ging ook over meisjes in zijn groep, zijn community en youtube kanaal. Alleen de samenvatting die gaat over de actie’s die ze samen gaan ondernemen Ik vind het prachtig, netwerken en overal ingangen vinden. Ook meteen groot denken.

De mannen van de grote bedrijven die Codepact gaan ondertekenen stellen zich voor en benadrukken het belang van programmeren in het onderwijs. De man van Oracle krijgt de microfoon en zegt eerst, voordat zijn verhaal start over coderen in het onderwijs: “Nick je mag met Neelie mee, maar kom ook bij ons he, wij zijn ook een mooi bedrijf.” En zo is het, keus genoeg, welkom in de wereld van vraag en aanbod.

 

Hoe echt is echt?

IK blogDe dag begint al goed. We zijn met een groep twitteraars en bloggers bij elkaar. Rhea, Olaf en Peter. Straks begint hier in Eye het onderwijsfestival en worden we ondergedompeld. Nu is het nog stil en horen we alleen de schoonmaakmachines zoemen. We kijken naar het programma. Zullen we de boel verdelen? Wie gaat waarheen? De een zegt “wat eten we vandaag” en de ander zegt “ik ga naar China”. Dat zijn dus twee workshops waar we heen kunnen. Het is wel duidelijk dat we allemaal associatieve geesten hebben. Stel dat je echt nu naar China zou gaan. Hoe snel zou dat kunnen, hoe laat gaat de eerste trein….

Dan gaat het gesprek de andere kant op. We verkennen de toekomst nu al. Hoe lang zal het nog duren voordat we echt kunnen teleporteren? 100 jaar, 200 jaar? “Waarom zou je teleporteren als je al je zintuigen die kant op kan sturen? Kan je zelf gewoon veilig en warm in je eigen coconnetje blijven.” “Een beetje Matrixstijl klinkt dat wel.” “Materie omzetten naar materie is best ingewikkeld en misschien willen we dat ook wel niet.” “Of we maken gewoon een simulatie van China en gaan daar met onze 3-D ervaring in.”

Eigenlijk precies zoals we de discussies nu voeren bij Commerciële economie van de Hogeschool Rotterdam. We gaan in communities werken waarin bedrijfsleven, student, docent en alumni een hecht netwerk vormen. We worden een clubbie met zijn allen. Hoe geef je die samenwerking vorm en laat je studenten onderdompelen in het echte leven van de commercieel econonoom? We werken met gave spellen waar je als student je waant in de wereld van een grote corporate company en je hebt een opdracht. Dat lijkt op het idee van China namaken en dan zo echt dat je het beleeft. Echt beleven dat willen we ook. Dus aan het einde van het eerste jaar gaan ze al meteen op stage, instant onderdompeling, niet nog 2 jaar wachten tot er genoeg theorie in je koppie zit.

En zo brainstormen we door.

Hoe echt is echt? ZIntuigelijk echt? Fysiek echt?

Marinka Kuijpers zegt: “kiezen voor een studie, kan pas als je het echt ervaart”. Dan is nu dus echt de vraag, hoe echt is echt…..

Leren is…terugblikken

Terugblikken
Terugblikken

Leren is terugblikken. Sinds 2011 hield ik een blog bij met als titel Leren is…Het was voor mij een middel om ritme te krijgen in het schrijven en mijn eigen visie op leren te formuleren. In de blog zelf zat ook een vast ritme verwerkt.

Ik observeerde mijn omgeving, vaak mijn eigen kinderen, vond hier een theorie bij en vertaalde dit tot slot naar het onderwijs. De eerste blogs heb ik gebundeld en zijn hier terug te vinden.

Het was heerlijk om te doen. Ik vond mijn eigen schrijfstijl terug, ontdekte de lol in het leren maken van 1 punt in 1 blog, en dat is schaven! Het werken werd ook beloond, want ik werd opgenomen in de lijst van edubloggers, een grote eer.

Ondertussen is de site waar de blog centraal op stond uit de lucht en ben ik me gaan richten op het associate degree in een prachtig netwerk van mensen die ook het associate degree na staan. Een deel van de blogs is gebundeld en kun je hier vinden.

Op deze site, probeer ik nu een nieuw ritme te vinden in het bloggen. Wellicht iets zakelijker…of alleen maar over het associate degree…..en vooral informatief, want er is nogal wat uit te leggen. Toch zal ik mijn vertellende stijl blijven houden.

Om dit alles een mooie kickstart te geven, is me iets moois gevraagd: om als edublogger te bloggen op het congres van Platform 2032 aanstaande donderdag 21 mei. Daar ga ik heel veel sessies bijwonen, en veel van deze sessies krijgen een plekje op deze blog. Als laatste komt 1 van de blogs in de eindpublicatie terecht. Ik vind het een schitterend begin van een nieuw blogritme. Dank 2032 en dank oude en nieuwe lezers! Het was heerlijk om te bloggen en het is heerlijk om te bloggen.

Chain 5

12 en 13 februari vond het tweede jaarlijkse congres plaats van CHAIN5, een Europese netwerk organisatie voor het niveau 5.

Logo-chain5-header-150

Europees is het Nederlandse associate degree ingeschaald op level 5. Een groep onderwijsinstellingen en andere organisaties die in Europa dit niveau aanbieden hebben zich verenigd in het netwerk Chain5.

TIjdens het congres gingen we met elkaar in gesprek over thema’s die in alle landen spelen. Ik kreeg een hele uitleg van een tafelgenoot over het verschil tussen OutPUT en OutCOME. Een groot verschil. Het één gaat over een product, het ander over het effect. Goh, zei ik, dan weet ik wel een mooie outcome. Mijn droom outcome zou zijn dat op de volgende verjaardag mijn schoonmoeder weet wat een associate degree is. Helaas was dit geen outcome die we in een projectaanvraag konden zetten volgens mijn tafelgenoten.

Toch had ik wat graag juist deze outcome benoemd. Dat is wat namelijk nog te kort schiet. Het associate degree, en zeker level 5, is nog geen ‘common sense’. Elke keer als ik vertel dat het in mijn werk draait om die studenten die na 2 jaar met een HBO diploma afstuderen bij een HBO instelling met een certicaat dat associate degree heet, dan heb ik nogal wat meer uitleg nodig.  En dan nog, dan nog is het de vraag of ze het snappen, de mensen op het verjaardagsfeest. En dat zijn wel degene die invloed hebben op de leerlingen die gaan kiezen.

Nog een mooie weg te gaan.

outcome voor Samara voor de komende jaren “dat mijn en jouw schoonmoeder op een verjaardagsfeest in 1x snapt wat het Ad is”

Ad=Level 5: wat betekent die 5?

hand 5Level 5 is onstaan omdat Europa graag wil vergelijken tussen de onderwijssystemen. Elk land heeft zijn eigen indeling met middelbaar onderwijs, beroepsonderwijs en academisch onderwijs. Er is daarin gelijk getrokken met de bachelor en master structuur, een hele operatie.

De level 5 indeling vraagt geen nieuwe structuren voor de verschillende landen. Het enige dat een land moet doen is in een overzicht zetten wat het niveau is van elk soort scholing dat een burger kan volgen in dat land. Op deze manier weet een werkgever die een applicant krijgt voor een vacature uit het buitenland, welk niveau zijn diploma waard is.

Dit wil niet zeggen dat het diploma van niveau 5 of niveau 6 ook geldt in dat andere land. Hier zijn andere regels voor. Level 5 komt te staan op elk diploma in heel Europa en daarmee kunnen we met z’n alle vergelijken tussen deze diploma’s.

Het EQF heeft een raamwerk opgesteld van 8 niveaus. Het EQF staat voor het European Qualification Framework. De website is hier te vinden. Een korte en duidelijke samenvatting is te vinden op de Engelse wikipedia.